De hele winter hebben er vetbolletjes op mijn balkon gehangen. Maar geen enkel vogeltje leek er door te worden aangetrokken. Een enkele keer was er een hongerig meesje te vinden, maar de vetbolletjes raakten niet op. En ineens hebben vele musjes de wintervoorraad ontdekt. Het voer is niet aan te slepen, hele mussengezinnen werpen zich op de bolletjes en de voersilo. En zo heel af en toe komt er ook nog een houtduif langs.
En de katten? Die kijken het allemaal gelaten aan. Om op soms maar 20 cm afstand een musje voor je neus te hebben zal vast niet meevallen
Ze gedragen zich heel netjes. Ze proberen niet eens uit de kattenren te breken. En de musjes? Die weten gewoon heel goed dat de katten er toch niet bij kunnen.

Dit is Floris, de eerste kat die zijn intrede deed in mijn leven. Mijn vader heeft het lang tegen kunnen houden om een kat in huis te nemen. Misschien omdat we al een cavia, konijn en woestijnratjes hadden? Maar op een avond in januari (1980 of 1981, dat ben ik even kwijt) zat er bij mijn oom en tante een jonge kat voor de deur in de stromende regen. Omdat zij al een kat hadden kon hij daar niet blijven en is hij dezelfde avond nog naar ons toe gekomen. Wat een verassing toen ik de volgende ochtend uit bed kwam en er een katje rond liep! Zo kon het toch gebeuren dat wij een kat hadden! Is met zijn komst mijn liefde voor katten begonnen of zal het er toch wel in?
Cyber ligt in zijn slaapzak (boodschappentas) op het bovenste bed van het stapelbed en Imke ligt lekker op het onderste bed. Zo hebben we met z’n allen nog meer ruimte










